De opdracht

Wat ik deed

Ik schreef een betoog over de stelling “De overheid moet toegang kunnen krijgen tot end-to-end-encryptie bij een vermoeden van ernstige criminaliteit”. Ik was het hier niet mee eens. Encryptie beschermt journalisten en hun bronnen. Een achterdeur voor de politie kan ook door criminelen worden misbruikt. Ook gaan mensen zich anders gedragen als ze weten dat de overheid mogelijk meekijkt. Daarvoor gebruikte ik het boek van Marleen Stikker. Daartegenover zette ik dat criminelen versleutelde apps gebruiken, zoals bij EncroChat en Sky ECC, en dat de politie bewijs nodig heeft. Hier botsten twee publieke waarden, veiligheid en privacy. Mijn conclusie was dat de politie beter gericht onderzoek kan doen naar verdachten dan de encryptie voor iedereen zwakker te maken.

Wat ik verbeterde

Mijn eerste versie van het betoog was nog niet op niveau. Mijn argumenten waren vooral mijn eigen mening en de bronnen in mijn bronnenlijst kwamen niet terug in mijn tekst. Daarom koppelde ik mijn argumenten aan bronnen. Dat maakte mijn betoog sterker op het gebied van logos, omdat mijn beweringen nu met feiten en voorbeelden onderbouwd zijn.

Ik voegde bijvoorbeeld toe dat de Vereniging voor Onderzoeksjournalisten het verzwakken van encryptie een risico voor bronbescherming noemde. Daardoor was het niet meer alleen mijn mening. Bij het argument over hackers liet ik zien dat de politie al op een andere manier berichten kan lezen, door de telefoon van een verdachte binnen te dringen. Ook voegde ik het boek van Marleen Stikker toe, waarin staat dat mensen zich anders gaan gedragen als ze weten dat er misschien iemand meekijkt. Ook benoemde ik welke publieke waarden botsten, zodat mijn conclusie beter aansloot op mijn standpunt.

Reflectie

Wat heb ik geleerd?

Ik leerde dat je een betoog sterker maakt door ethos, pathos en logos te gebruiken. Met ethos laat je zien dat je betrouwbaar bent, bijvoorbeeld door goede bronnen te gebruiken. Met pathos speel je in op het gevoel van de lezer, en met logos overtuig je met feiten en logische redeneringen. Samen zorgen ze ervoor dat de lezer je argumenten eerder gelooft. Ook leerde ik dat de politie in zaken als EncroChat al eens versleutelde berichten kon meelezen, en dat dit tot veel arrestaties leidde.

Wat heeft mij aan het denken gezet?

Het zette me aan het denken hoe lastig het is om te bepalen wat de overheid online mag. Rechten en publieke waarden zoals veiligheid en privacy botsen vaak met elkaar, en er is meestal geen makkelijke oplossing. Ik ben voor sterke encryptie, maar snap ook dat de politie criminelen moet kunnen opsporen. Ik merkte ook dat ik bij zo’n onderwerp snel een mening heb, maar dat het lastig is om die goed te onderbouwen. Door bronnen te zoeken ging ik het onderwerp beter begrijpen en zag ik ook de kant van de politie.